Het verkiezingsprogramma CDA voor 2012

 

Voor de toekomst van onze kinderen
Het gaat om iedereen.
Jong en oud, klein en groot, rijk en arm, man en vrouw, ziek en gezond, student en
gepensioneerd, stedeling en plattelander, ondernemer en werknemer, nieuwkomer en
achterblijver.
Het gaat misschien wel het meest om onze kinderen.
Als wij nu niet doen wat nodig is, zitten zij straks met onze problemen: schulden, verdeeldheid,
verruwing, overlast, vervuiling, werkloosheid.
Het gaat bij de ingelaste verkiezingen voor de Tweede Kamer, op 12 september, om onze
toekomst.
Om de toekomst van iedereen.
We houden verkiezingen in een onzekere tijd. Veel mensen zijn bezorgd over de toekomst.
Vanwege de huizenmarkt die vastgelopen is, hun werk, hun pensioen of de bezuinigingen, die
op hen afkomen. Die zorgen zijn goed te begrijpen want er staat veel op het spel. In de keuzes
van vandaag geven we vorm aan het Nederland van onze kinderen.
Het CDA gelooft dat Nederland het vermogen heeft om sterker uit de crisis te komen. Als we nu
de juiste keuzes durven maken, als we bereid zijn om lessen te trekken uit wat mis is gegaan.
Wij hebben vertrouwen in mensen, vertrouwen in hun gezond verstand en daarom vertrouwen
in de toekomst.
In tijden van crisis val je terug op je diepste wortels. De christelijke traditie reikt ons begrippen
aan als naastenliefde en persoonlijke verantwoordelijkheid. We komen pas tot ons recht in
relatie tot anderen. Een rode draad in onze benadering is daarom het versterken van de
gemeenschappen. Wij willen de kracht benutten van mensen, bedrijven, scholen en andere
organisaties. Wij zijn ten diepste een ‘wij-land’.
Met dit verkiezingsprogramma richt het CDA zich daarom tot iedereen die zich betrokken voelt
bij Nederland - een prachtig land! Wij laten ons niet afschrikken door de crisis.
Wij kiezen voor werk en ondernemen. Een land waar mensen ruimte wordt gegund. We kiezen
voor groei die in alle opzichten duurzaam en innovatief zal zijn. We bieden nieuwe antwoorden
over de rolverdeling tussen overheid, bedrijven en mensen. Juist nu kunnen we creatieve
oplossingen vinden; slimmer, sneller en minder duur De crisis is geen excuus om met onze rug
naar de toekomst te staan. Partijen die beloven dat alles bij het oude blijft, zetten de toekomst
op het spel.
Nu de overheid kleiner wordt, knellen bureaucratie en regels eens te meer. Wij willen krachtig
bijdragen aan een slagvaardige overheid. Een overheid die past bij een ambitieus land waar
mensen willen wonen, werken en ondernemen. Een land waar een afspraak ook afspraak is,
een land waar mensen zich thuis voelen.
Wij voelen ons verantwoordelijk voor een overheid die begrijpt en begrijpelijk is. Die
rechtvaardig is en dichtbij. Wij willen een overheid van en voor mensen.
...
Iedereen doet mee. Nederland is een land waarin ouders hard werken om hun kinderen een
toekomst te geven. Ze combineren zo goed als dat gaat werk en thuis. Ze doen dat samen met
scholen, sportclubs en kinderopvang. Kinderen grootbrengen is een grote verantwoordelijkheid.
Wij willen ouders daarin ondersteunen.
Het CDA investeert in mensen. Wij willen dat het Nederlandse onderwijs het beste ter wereld
wordt. En dat kan! Wij willen meer uitdaging, onderzoek en innovatie. Beter beroepsonderwijs
dat grotere kansen op werk geeft. Wij zetten in op het beste wat wij hebben: mensen en
ondernemingen met nieuwe ideeën die mee kunnen helpen de wereld eerlijker en duurzamer te
maken.
....
Nederland vergrijst. Ook daarvoor zijn nieuwe keuzes nodig. Hoe houden we de voorzieningen
op peil als er straks twee keer zoveel ouderen zijn per werkende? Allereerst door te kiezen voor
langer doorwerken. Voor iedereen die dat kan. Maar ook door in de zorg een nieuwe balans te
vinden. Wij dragen samen de zorg voor mensen die door ziekte en ouderdom dat niet meer zelf
kunnen. En we investeren in een stelsel waarin voorkomen weer beter is dan genezen.
Nederland is een veilig land, waar de overheid rechtvaardig handelt ten opzichte van iedereen
en streng is waar nodig. Het recht geldt voor iedereen, ongeacht wie je bent. Wie kiest voor dit
land spreken wij aan op respect en fatsoen. Succesvolle integratie zien wij als een wederzijdse
opgave en vooral een wederzijds belang.
Nederland is een klein land met een enorm buitenland. Daar verdienen we ons geld en dragen
we bij aan een betere wereld. Het aanvankelijke optimisme over de Europese eenwording en de
euro is verbleekt door de zorgen over de kwetsbaarheid van de Europese samenwerking.
Strenge maatregelen zijn nodig om te voorkomen dat we ooit nog zo diep moeten gaan.
Maar wij geloven dat er geen toekomst is zonder Europa. Juist omdat de zorgen van
Nederlanders ons ter harte gaan, willen we meewerken aan een stabiel Europa dat bijdraagt
aan stabiliteit en welvaart, werk en inkomen.
Wij willen vanuit Europa bijdragen aan een modernere wereldeconomie die mensen helpt,
schaarste eerlijk verdeelt en verspilling tegengaat. Dat is ook goed voor Nederland. Wij steunen
landen die respectvol omgaan met hun burgers en mensenrechten eerbiedigen. Wij leveren ons
aandeel aan het terugdringen van honger en armoede.
...
De maatregelen van vandaag bepalen de kansen van onze kinderen. Wij denken dat het anders
kan. En beter moet. Ons antwoord op de problemen van vandaag – of het nu gaat om de
economie of de zorg, het onderwijs of de veiligheid – ligt in een andere balans tussen overheid
en mensen zelf. Wij kiezen voor het versterken van de gemeenschap en voor meer degelijkheid
en gezond verstand.
Wij willen echt hervormen.
Wij kiezen voor een land waarin mensen met respect met elkaar omgaan.
Wij kiezen voor verbinding in plaats van uitsluiting. Voor oplossingen in plaats van polarisatie.
Wij doen wat nodig is.
Wij kiezen voor het nieuwe midden. Voor samen. Voor mensen zelf.
Voor iedereen.
De toekomst van onze kinderen vraagt om nieuwe keuzes.
Den Haag, mei 2012
Nederland sterker uit de crisis.
Dat is de inzet van het CDA bij de ingelaste verkiezingen voor de Tweede Kamer.
Als brede volkspartij geloven wij in de kracht van Nederland. Als we nu de juiste keuzen maken,
komen we straks sterker uit de crisis.
Een herstelbeleid verdient een stevige, eerlijke en brede aanpak, een aanpak zonder linkse of
rechtse taboes.
De financiële en economische crisis – minstens zo zeer een culturele en morele crisis – vergt
meer dan bezuinigen. Zonder fatsoen, waarden en normen blijft het herstel op z’n best
halverwege steken. Het zijn niet de cijfers die bepalend zijn voor de toekomst van Nederland.
Het zijn de mensen achter de cijfers. Het gaat er om die kracht te mobiliseren.


Onze aanpak, samengevat in tien punten:


1. Werk, groei en hervormingen


Om de economie weer gezond te maken, zijn werk, groei en hervormingen nodig.
- Solide: stap voor stap op weg naar begrotingsevenwicht in 2017
- Activerend: iedereen aan de slag, meer banen, ook voor 55-plussers en starters op
de arbeidsmarkt (o.a. via hervorming WW, scholingsbudget)
- Sociaal: lasten worden eerlijk verdeeld, iedereen doet mee aan loonmatiging.
Kwetsbare groepen als gehandicapten en chronisch zieken worden ontzien.
Nederland heeft Europa nodig. Zonder de Europese Unie is ons land met z’n open
economie veel kwetsbaarder.


2. Op naar een waardevolle economie


- Binnen de financiële sector maatregelen tegen de bonuscultuur, invoering van een
‘bankierseed’ en eenvoudige, transparante financiële producten, sterker Europees
toezicht op de financiële markten
- Eerherstel voor vakmanschap, voorrang voor het beroepsonderwijs, een
ambachtsschool-nieuwe-stijl
- Versterking van de ‘topsectoren’ gaat onverminderd door
- Stap voor stap naar een ‘groene economie’: groene investeringsmaatschappij, extra
investeren in Green Deals, duurzame energie, energiezuinige woningen en
gebouwen


3. Familie en gezin centraal


- Lastenverlichting voor gezinnen, met name met jonge kinderen
- Handhaving kinderbijslag en fiscale kinderaftrek
- Gezinnen worden ontlast door flexibele werktijden en meer verlofmogelijkheden
- Betere kinderopvang die aansluit bij school en thuis
- Ouders kiezen zelf welke school voor hun kinderen geschikt is (onderwijsvrijheid).
- Geen coffeeshops in de buurt van scholen.


4. Ruimte voor ondernemers en burgers


Om uit de crisis te groeien verdienen ondernemers ruimte en burgers armslag via
- lastenverlichtingen - ook nodig om de lastenverzwaringen op korte termijn te
compenseren;
- minder regels en administratieve rompslomp
- vereenvoudigde ondernemersbelasting
- armslag voor ZZP’ers, met name om onderling inkomensbescherming te regelen.


5. Een actieve samenleving


- Ruim baan voor burgerinitiatieven, vrijwilligerswerk en maatschappelijke
organisaties
- Meer ruimte voor een actieve inbreng van burgers bij het verbeteren van buurt,
onderwijs en zorg
- Nieuwe maatschappelijke impulsen voor ontwikkelingssamenwerking en solidariteit
met de allerarmsten in de wereld
- Uitbreiding van de Geefwet als ‘beloning’ voor particulier initiatief


6. Aanpak bureaucratie


- Sneller, slimmer werken bij de overheid, in de zorg en in het onderwijs
- Grote scholen kunnen fusies ongedaan maken
- Daadwerkelijke afschaffing van regels en andere administratieve lasten
- Wegsnijden van (interne) managementlagen
- Verkleining van het Nederlandse overheidsapparaat, vermindering van de
Europese bureaucratie


7. Voor meer fatsoen, meer respect


- Hard optreden tegen vandalisme en overlast
- Verhoging van de alcoholleeftijd naar 18 jaar
- Aanpak van straatvervuiling/graffity
- Ouders betalen voor de schade van hun kinderen
- Voorbeeldgedrag dient beloond, waarden en normen worden door iedereen hoog
gehouden.


8. Hervormen


- Een toekomstzekere gezondheidszorg, woningmarkt, arbeidsmarkt, onderwijs en
pensioenstelsel vraagt nu om duidelijke keuzes en hervormingen.
- Hervormingen vergen een brede, gezamenlijke aanpak (nationale akkoorden).
- Solidariteit in de gezondheidszorg – tussen gezond en ziek, oud en jong, rijk en
arm, behoud van een brede volksverzekeringen voor iedereen die langdurig
afhankelijk van zorg is (AWBZ)
- Woningcorporaties krijgen meer armslag om te investeren in huurwoningen
- Vereenvoudiging van de belastingen: een sociale vlaktaks met een toptarief voor
hoge inkomens.


9. Sociaal investeren


- Om straks na de crisis sterker te staan, zijn nu (structurele) investeringen nodig in:
- onderwijs en onderzoek,
- duurzaamheid
- innovatie.
- Pensioenfondsen gaan meer investeren in ons land.


10. Sparen voor de toekomst


- Kleinere tekorten bij de overheid – minder rente op de staatsschuld straks
- Terugkeer van de Zilvervloot – voor later
- Invoering van bouwsparen – voor een eigen woning
- Studenten beginnen niet met studieschulden – de basisbeurs in de bachelorfase
blijft behouden
- Wie versneld de hypotheekschuld aflost, krijgt een bonus


1. Identiteit en pluriformiteit


“De grote pluriformiteit van onze samenleving roept de vraag op wat Nederlanders nog bindt.
Deze vraag zal de komende jaren extra actueel worden door de grote veranderingen die op
onze samenleving afkomen: mondialisering, informatietechnologische revolutie en wereldwijde
migratiebewegingen. Wat hebben we gemeen en wat maakt ons tot een samenleving? En hoe
kunnen nieuwkomers en achterblijvers daarbinnen hun plaats veroveren? Het CDA vindt dat
een samenleving, ook een pluriforme, wordt gebouwd op gedeelde waarden. Niet om anderen
buiten te sluiten, maar om mensen met elkaar te verbinden. Om duidelijk te maken wat we van
elkaar mogen verwachten. Maar het vergt een maatschappelijk debat om deze waarden helder
te krijgen.”
Wij kiezen voor een land waarin we samenleven en samenwerken, een land waarin
respect en fatsoen de toon zetten.
Wij maken ruimte voor de samenleving, dat mozaïek van maatschappelijke initiatieven,
particuliere organisaties, gemeenschapszin en burgerschap
Wij zijn een familie- en gezinspartij.
Het gezin is voor ons de plaats waar mensen “thuis” zijn, de plaats waar mensen opgroeien,
gevormd worden, groeien tot wie ze later zijn, de plaats waar mensen tot hun recht kunnen
komen.
Wij respecteren de eigen identiteit van mensen binnen het geheel dat ons land vormt.
Wij willen dat iedereen meedoet, oude en nieuwe Nederlanders.
Wij zijn strikt als het gaat om de immigratie van mensen voor wie het zicht op succesvolle
participatie ver weg is, open voor echte vluchtelingen en uitnodigend voor talent, voor studie of
werk.
Wij geloven in de kracht van religie, als kompas, als inspiratie, als stut en steun, als bindmiddel.
Wij hechten aan onze democratische rechtsstaat.
Wij zijn trots op ons koningshuis.
Samenleving en democratie
1.1 Het CDA gelooft in de kracht van Nederland, zoals gevormd door het brede spectrum
van maatschappelijke organisaties, verenigingen en andere vormen van particulier
initiatief.
1.2 We hebben vertrouwen in verenigingen, sportclubs, kerken, moskeeën, synagogen,
scholen, bedrijven en al die andere verbanden en organisaties die gezamenlijk een
unieke bijdrage leveren aan het samenleven. Zo krijgt ‘gezamenlijke
verantwoordelijkheid’ vorm in de praktijk van alle dag.
1.3 Nederland van iedereen die zich voor Nederland inzet.
1.4 Iedereen doet naar vermogen voluit mee. Daarom hechten we aan het eerste artikel
van de Grondwet, een grondrecht dat iedereen ‘insluit’. In dat verlengde ligt actief
optreden tegen discriminatie op grond van godsdienst, levensovertuiging, politieke
gezindheid, ras, geslacht, seksuele gerichtheid of op welke andere grond dan ook.
1.5 Vrijheid van meningsuiting is een groot goed. In een democratie moeten ook
minderheden eigen of afwijkende ideeën, opinies en opvattingen kunnen ventileren.
Maar het is geen vrijbrief om maar alles te zeggen wat je wil. De grenzen worden
bepaald door de wet en algemene fatsoenregels.
1.6 Geweld dat voortvloeit uit een culturele of religieuze achtergrond, zoals eergerelateerd
geweld, vrouwenbesnijdenis of geweld tegen homo’s en lesbiennes moet worden
aangepakt en er moet goede opvang zijn voor slachtoffers. Extremisme wordt met
kracht bestreden.
1.7 Nederland is een moderne democratie met een moderne monarchie, een
Oranjemonarchie waar we trots op zijn. Een ceremonieel koningschap is een stap terug.
1.8 Nationale feestdagen als Koninginnedag en de viering van 4 en 5 mei zijn, als symbolen
van nationale saamhorigheid, van bijzondere betekenis.
1.9 Andere nationale symbolen, zoals vlag en volkslied, verdienen aandacht en respect.
Met name op school.
1.10 De Friese taal is – evenals het Nederlands – een Europees erkende taal en beide
verdienen erkenning in de Nederlandse grondwet Talen en dialecten geven de inwoners
handen en voeten in de taal van hun hart. Wij moedigen die ontwikkeling aan. De
overheid biedt ruimte aan de ontplooiing van die talen en dialecten.
1.11 Overheden zullen meer ruimte moeten bieden aan een actieve inbreng van burgers bij
het ontwerpen, uitzetten en uitvoeren van beleid (burgerparticipatie).
1.12 Uitdrukkelijk zullen burgers meer worden uitgenodigd om mee te denken.
1.13 Lokale en regionale burgerinitiatieven verdienen meer ruimte.
1.14 Terugdringing van bureaucratie – niet alleen bij de overheid, ook binnen onderwijs, zorg
en politie – is onderdeel van de aanpak om burgers meer zeggenschap te bieden.
1.15 Vrijwilligers hebben een streepje voor.
1.16 Om het particulier initiatief te bevorderen, bepleiten we modernisering van de Geefwet.
Familie en gezin
1.17 Het CDA is dé familie- en gezinspartij.
1.18 Lastenverlichting voor gezinnen, met name daar waar jonge kinderen opgroeien,
verdient hoge prioriteit. Inkomensmaatregelen willen we steeds toetsen op de gevolgen
voor familie en gezin.
1.19 Familie- en gezinsbeleid is meer dan inkomensbeleid. Het gaat ook om een veilige leefen
speelomgeving, onderwijs dat aansluit bij de thuissituatie, opvoedingsondersteuning,
ruimte voor meergeneratiewoningen.
1.20 Gezinnen met kinderen bevinden zich in het spitsuur van het leven. Zij moeten werk,
carrière combineren met de zorg voor kinderen. Wij willen hen daar in faciliteren. Dit
vraagt ook flexibele werktijden voor zowel mannen als vrouwen.
1.21 Via zowel de vaste kinderbijslag als het kindgebonden budget willen we gezinnen met
kinderen zo goed mogelijk tegemoet komen.
1.22 Kinderopvang voor ouders zal beter moeten aansluiten bij de situatie thuis en de
situatie op school. Dat vergt veelal kleinschalige, op maat gerichte initiatieven.
1.23 Het zwangerschaps- en bevallingsverlof zal worden uitgebreid. Dat geldt ook voor het
vaderschapsverlof.
1.24 We willen de regels voor buitenschoolse opvang versimpelen.
1.25 Het onderwijs moet zo zijn ingericht dat de school weer voluit de school van kinderen en
ouders is.
1.26 Ouders betalen voor de schade die hun kinderen aanrichten.
1.27 Er moet vroegtijdig kunnen worden ingegrepen als het bij de opvoeding in
risicogezinnen misgaat.
1.28 Het netwerk rond het gezin speelt een belangrijke rol: de zorg voor de jeugd is niet
alleen van professionals.
1.29 Kindermishandeling verdient een straffe aanpak.
1.30 Opvoedingsondersteuning kan het beste via de gemeenten worden georganiseerd.
Daarom wordt de decentralisatie van de jeugdzorg onverkort doorgezet.
Sport, media, cultuur
1.31 Sport is maatschappelijk goud dat verzilverd moet worden. Zonder vrijwilligers is er
geen sport. Die inzet verdient aanmoediging.
1.32 Bedrijven, sportverenigingen, maatschappelijke organisaties en zorgverzekeraars slaan
de handen ineen om sport en bewegen te stimuleren.
1.33 Onze ambitie blijft om internationaal tot de top-10 van sportlanden te behoren.
1.34 Bij een pluriforme samenleving hoort een pluriform omroepbestel, aantoonbaar
verankerd in de samenleving. Naast de commerciële omroepen is er ruimte voor een
publiek bestel, waarin ledenomroepen royale armslag krijgen.
1.35 Regionale en lokale omroepen zijn van zo’n grote betekenis dat ze blijvende aandacht
verdienen. Regionale mediacentra worden gestimuleerd, ook om zo een sterke
regionale pers te borgen.
1.36 Ook cultuur staat of valt met pluriformiteit en identiteit. Daarom willen we dat
cultuurinstellingen goed geworteld zijn in de samenleving, breder publiek aantrekken,
nieuwe groepen aanspreken en meer eigen inkomsten genereren. Wij staan voor een
samenleving waarin mensen al op jonge leeftijd via educatie en participatie met cultuur
in aanraking komen, waarin naast topkwaliteit erkenning is voor amateurkunst en
volkscultuur en waar toptalent de ruimte krijgt.
1.37 Het cultureel erfgoed zal breed toegankelijk moeten zijn. Om het in goede staat te
houden, verdient onderhoud en restauratie van monumenten aandacht. Monumenten
die leeg komen te staan, krijgen een nieuwe bestemming.
1.38 In de regio hebben instellingen een belangrijke waarde voor de culturele infrastructuur.
Ook buiten de Randstad verdienen kunst en cultuur een volwaardige plaats.
Religie en levensbeschouwing
1.39 De vrijheid van godsdienst en levensovertuiging is een wezenskenmerk van de
Nederlandse samenleving.
1.40 Ongeacht de scheiding van kerk en staat, blijft er ruimte om binnen de publieke ruimte
blijk te geven van persoonlijk geloof. De grens ligt daar waar de kernwaarden van
rechtsstaat en democratie worden aangetast.
1.41 Als christendemocratische partij, staande in de christelijk-sociale traditie, erkent het
CDA het grote belang van religie, ook in het publieke domein.
1.42 De interreligieuze dialoog tussen mensen is van belang om in Nederland vreedzaam
naast elkaar te kunnen leven. Het zijn de gemeenschappen die er werk van moeten
maken.
1.43 Juist uit respect voor religie en levensbeschouwing zijn wij tegen het verbod op ritueel
slachten.
Integratie
1.44 Het CDA wil meer werk maken van inburgering.
1.45 Mensen die inburgeren moeten tenminste een startkwalificatie behalen. Goede
beheersing van het Nederlands is een minimum. Ook moet de nadruk komen te liggen
op de verantwoordelijkheden ten opzichte van de Nederlandse samenleving.
1.46 Van oudere immigranten, afkomstig uit de eerste generatie, mag worden gevraagd
zichzelf zo veel mogelijk te redden in de winkel, op het schoolplein en bij de huisarts.
Hoewel niet dwingend op te leggen, zijn die inburgeringcursussen nodig om ook
ouderen meer bij de samenleving te betrekken.
1.47 Inburgeringplicht is voorwaarde voor een tijdelijke verblijfsvergunning. Dat is inclusief
een maximale inspanning om zich te kwalificeren voor de arbeidsmarkt. Wie aan de
kant blijft staan komt niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde
tijd. Wie afwijzend of negatief doet, krijgt een boete of wordt gekort op z’n uitkering.
1.48 Als handelsnatie moet Nederland het hebben van mensen die in meer dan één wereld
thuis zijn. Bij de vormgeving van dubbele nationaliteit wordt met dit uitgangspunt
rekening gehouden.
Asiel en immigratie
1.49 De asielprocedures moeten beter, duidelijker en efficiënter worden. Om te voorkomen
dat mensen zonder toekomstperspectief langdurig in Nederland verblijven, moeten de
procedures zo worden ingericht dat de IND binnen zes maanden duidelijkheid verschaft.
1.50 De (taal)eisen voor (huwelijks)migranten worden aangescherpt.
1.51 De procedures voor asielmigratie en reguliere migratie blijven strikt gescheiden.
1.52 Bij het toelaten van arbeidsmigranten zijn de behoeften van de Nederlandse
arbeidsmarkt leidend. Kenniswerkers en studenten worden sneller toegelaten.
1.53 In zijn uiteindelijke beslissing over een asielverzoek laat de verantwoordelijke
bewindspersoon in schrijnende gevallen meewegen of een asielzoeker een positieve
rol in zijn gemeenschap speelt en er geworteld is geraakt (discretionaire bevoegdheid).
1.54 Wij hebben oog voor belangen van (asiel)kinderen die in Nederland geworteld zijn. De
verantwoordelijk bewindspersoon moet eigenstandig per geval een beslissing kunnen
nemen (op basis van zijn discretionaire bevoegdheid), met name om in individuele,
schrijnende gevallen een impasse te doorbreken. Dat het belang van het kind een
belangrijke rol speelt, spreekt voor zich.
1.55 Arbeidsmigratie binnen de EU moet op eerlijke voorwaarden gebeuren: malafide
constructies, waardoor oneerlijke concurrentie met Nederlandse werknemers
plaatsvindt, moeten we bestrijden. EU-burgers die als zzp’er of op detacheringbasis
komen werken moeten zich registreren, zodat we deze constructies gerichter kunnen
controleren.
1.56 Een harmonisatie van de regels voor toelating, een evenwichtige verdeling van migratie
en een gemeenschappelijke aanpak van het terugkeerbeleid zijn binnen de Europese
Unie onverminderd van belang. Wij werken toe naar een gemeenschappelijk Europees
asielbeleid, waarbij asielaanvragen en opvang in de regio van herkomst plaatsvinden en
erkende asielzoekers zo nodig via hervestiging naar de EU-landen komen.


2. Via Europa in de wereld


“We leven in een klein land met een enorm buitenland. Meer dan ooit is de wereld een dorp
geworden, ons dorp. Nederland moet daarin voluit meedoen, om er zelf van te profiteren, maar
ook om de wereld beter te maken. Tegelijk slinkt onze invloed. Om ondanks de mondiale
machtsverschuivingen een sterke positie te kunnen behouden, zal de Europese Unie meer als
eenheid, zuiniger en slagvaardiger dan nu moeten opereren. Het CDA ziet de onmiskenbare
verbondenheid tussen Nederland en Europa. Ons land kan een voorname positie verwerven op
het wereldtoneel door en met Europa. Tegelijk moet Nederland blijven investeren in
kleinschalige gemeenschappen en nabijheid, op het platteland maar zeker ook in de stad. Juist
in een grote wereld hebben mensen behoefte aan overzicht en menselijke maat waar mensen
kunnen omzien naar elkaar. Mondialisering en kleinschaligheid zijn geen tegenpolen.”
Wij werken aan versterking van de Nederlandse positie in de wereld. En dat kan niet
zonder Europa.
Wij willen een Europa dat de Nederlandse belangen verdedigt, waarborgt en versterkt.
Wij voeren in het buitenland een beleid waarvan de toepassing van het internationale recht de
kern is, vrijheid, vrede en veiligheid essentiële ingrediënten zijn en de mensenrechten een
centrale opdracht vormen.
Wij werken aan een nieuwe agenda voor internationale samenwerking, vanuit de gedachte van
toenemende gedeelde belangen, wederzijdse verantwoordelijkheid en internationale solidariteit.
Wij achten de rol van maatschappelijke organisaties, kennisinstellingen, bedrijfsleven en
particulier initiatief in internationale samenwerking van vitaal belang.
Wij willen via de NAVO wereldwijd bijdragen aan internationale missies en crisisbeheersing.
Wij zijn trots op onze krijgsmacht.
Via Europa
- goed voor Nederland
2.1 De Europese Unie heeft Nederland veel te bieden. Het is in het directe belang van
Nederland om van Europa een sterk werelddeel te maken.
2.2 Het Europese integratieproces is geen doel op zichzelf. Het is de weg voor een
handelsnatie als Nederland om de interne markt te versterken en de invloed in de
wereld te vergroten.
2.3 De Europese Unie beperkt zich tot kerntaken. Er is een zuinigere en doorzichtigere
Europese bestuurscultuur nodig, daarom wil het CDA doorgaan met vermindering van
EU-regels met 25%.
2.4 De Europese samenwerking zal gebaseerd moeten zijn op duidelijke prioriteiten,
afgeleid van wat we – als Nederland - willen. Te beginnen met een krachtige aanpak
van de financiële, monetaire en economische crisis.
2.5 De Economische- en Monetaire Unie moet worden voltooid om een stabiele eurozone
te krijgen.
2.6 Aanpak van de economische crisis vergt sterkere coördinatie op Europees niveau, te
verankeren in Europese verdragen:
• forse versterking van de begrotingsdiscipline, inclusief het handhaven van
sancties;
• invoering van een Europese begrotingscommissaris;
• een sterke onafhankelijke Europese Centrale Bank,
• beter Europees toezicht op het bankwezen en de financiële markten;
• een actief beleid om te komen tot sterkere concurrentiekracht van economisch
zwakke EU-landen.
2.7 Grensoverschrijdende thema’s als energie, asiel en migratie, voedselzekerheid
duurzaamheid, buitenlands beleid en defensie zijn andere Europese prioriteiten.
2.8 De EU moet terughoudend zijn op het gebied van volksgezondheid, toerisme en cultuur.
2.9 Het Nederlandse pensioenstelsel mag niet door Europa worden aangetast.
2.10 Het Europees Sociaal Fonds wordt ingezet ten gunste van langere arbeidsmarktparticipatie
en de ondersteuning van bijscholing.
2.11 Grensoverschrijdende initiatieven van de Europese Unie die goed zijn voor de
Nederlandse burger, zoals erkenning van diploma’s en vergoeding van medische
behandelingen in andere EU-lidstaten, verdienen royale steun.
2.12 Bescherming van ondernemers en consumenten bij online aankopen moet op EUniveau
beter geregeld worden. Dat vergt een gemeenschappelijk Europees
handelsrecht.
2.13 Een goede balans is nodig tussen het vrije verkeer van werknemers binnen de
Europese Unie en het tempo waarin de werknemers uit nieuwe lidstaten tot de
Europese markt kunnen toetreden.
2.14 Malafide uitzendbureaus en werkgevers die zich niet aan lokale cao's houden worden
hard aangepakt. Bestaande Nederlandse wetten worden strenger gehandhaafd, ook om
oneerlijke concurrentie op arbeidsvoorwaarden te voorkomen.
2.15 Georganiseerde criminaliteit - te denken valt aan: drugshandel, mensensmokkel en
prostitutienetwerken en cybercrime - vergt versterkte samenwerking van justitie en
politie over de grens.
2.16 Buitengrenzen van de EU worden strenger gecontroleerd. Dat vergt meer gezamenlijk
optreden van EU-lidstaten en versterking van het grensagentschap Frontex.
2.17 Het tijdelijk instellen van controles aan binnengrenzen kan worden toegestaan, maar
alleen in uitzonderlijke gevallen.
2.18 Het einde van het uitbreidingsproces van de Europese Unie nadert. Alleen wie aan de
Kopenhagencriteria voldoet, kan toetreden.
2.19 Om de afstand van Europa tot de Nederlandse burger te verkleinen, wordt het
Nederlands parlement proactiever met betrekking tot Europese zaken.
2.20 Het Nederlandse parlement gaat nieuwe wetten eerder en beter toetsen op
haalbaarheid met het Europese recht, zoals bij accountant- en fiscale wetgeving.
2.21 De Eerste en Tweede Kamer moeten de oranje kaart trekken als de Europese
wetgeving in strijd is met het principe van subsidiariteit.
2.22 Nederland zet zich samen met de Europese bondgenoten in voor een versteviging van
de democratie en rechtsstaat en voor economische ontwikkeling in het Midden-Oosten
en Noord-Afrika. Het is van groot belang dat een goede, representatieve parlementaire
democratie er wortel schiet, de mensenrechten worden geëerbiedigd en de positie van
religieuze minderheden en vrouwen wordt versterkt.
In de wereld
- internationale samenwerking
2.23 Internationale samenwerking is meer dan vanzelfsprekend. Wie wereldwijde problemen
wil aanpakken, oplossingen wil aanreiken, ongelijkheid wil tegengaan zal over grenzen
heen moeten samenwerken.
2.24 Om grote mondiale uitdagingen aan te pakken - zoals het duurzaam beheren van
natuurlijke hulpbronnen, klimaat, veiligheid, voedselvoorziening, waterbeheer en
migratie – zal Nederland een actieve rol moeten spelen.
2.25 Nederland blijft bijdragen aan het verbeteren van de leefomstandigheden van mensen
in fragiele staten en conflictgebieden. Maatschappelijke organisaties zijn bij dit proces
onmisbaar.
2.26 De ingezette modernisering van de ontwikkelingssamenwerking gaat door. Voorop staat
concentratie van ontwikkelingssamenwerking op een beperkt aantal partnerlanden,
gericht op zelfredzaamheid en economische ontwikkeling. Effectiviteit staat centraal:
bereiken we de gewenste effecten?
2.27 Coalities met bedrijven, particuliere donoren, kennisinstellingen en maatschappelijke
organisaties (hier en daar) zijn belangrijk voor het succes van de nieuwe strategie.
2.28 Maatschappelijke organisaties worden nauw betrokken bij de (nieuwe)
ontwikkelingsagenda - nodig als ze zijn om te komen tot mondiaal burgerschap en het
maatschappelijk verantwoord ondernemen.
2.29 Het particulier initiatief is een vitaal, onmisbaar bestanddeel van internationale
solidariteit met armen in de wereld. Onderlinge kennisdeling komt de kwaliteit van de
internationale samenwerking ten goede.
2.30 Nederland zal een leidende rol spelen bij de vernieuwing van de klassieke Noord-Zuidhulp
- de Official Development Assistance (ODA) bestaande uit overdrachten van
middelen/schenkingen - tot andere vormen van internationale samenwerking. Tot die
tijd is het de ambitie vast te houden aan internationale afspraken en de beschikbare
gelden conform de ODA-criteria te besteden.
2.31 Bij de vernieuwde vormen van internationale samenwerking koerst Nederland op het
aansporen van andere en nieuwe financieringsbronnen, geëngageerd burgerschap,
duurzame productie en maatschappelijk verantwoord ondernemen.
2.32 Gekeken wordt naar (nieuwe) fiscale faciliteiten op het gebied van geven, beleggen en
investeren (uitbreiding Geefwet).
2.33 Een alomvattend vredesakkoord voor het conflict tussen Israël en de Palestijnen zal pas
echt vrede brengen in het Midden-Oosten. Dat is dan ook de inzet van Nederland. Een
tweestatenoplossing, met als uitgangspunt de grenzen van 1967, staat voorop.
Nederland zal zich - bilateraal en via het kwartet met onder andere de VN en EU -
inzetten voor een bijdrage aan een vredesakkoord.
In de wereld
- defensie
2.34 Nederland speelt een actieve rol binnen de NAVO, onverminderd noodzakelijk voor
bescherming van het grondgebied, wereldwijde verdediging van Nederlandse belangen
en bevordering van de internationale rechtsorde.
2.35 Om een innovatieve, veelzijdig inzetbare en slagvaardige krijgsmacht in stand te
houden, zijn voldoende investeringen en duurzame financiering nodig.
2.36 De defensiesamenwerking met gelijkgezinde partnerlanden wordt voortgezet en
uitgebreid, om te beginnen in Europa. Dat vergroot de slagkracht.
2.37 De krijgsmacht zal ook worden ingezet voor de bestrijding van drugshandel, illegale
immigratie, terrorisme en piraterij.
2.38 Goed gemotiveerd, geoefend en opgeleid personeel -onontbeerlijk voor een goed
functionerende krijgsmacht- verdient passende aandacht. Daartoe behoren ook goede
zorg en nazorg.
2.39 Defensie gaat een actiever reservistenbeleid voeren. Veteranen verdienen blijvende
erkenning en waardering.


3. Duurzame dynamiek


“Ondernemers zijn van groot belang voor de Nederlandse economie en maatschappij. Wij
kiezen voor ontwikkeling en groei die in alle opzichten duurzaam en innovatief is. Er moet volop
ruimte komen voor het opwekken van duurzame energie, op (inter)nationaal niveau en op kleine
schaal. We moeten ook ons energieverbruik verminderen, door beter te bouwen en schoner te
rijden en efficiënter te produceren. Van een ouderwetse economie die grondstoffen en
goederen verbruikt, moeten we omschakelen naar een kringloopeconomie waarin grondstoffen
en materialen worden bewaard en hergebruikt. We kiezen voor vitale, duurzame steden en voor
ruimte om met nieuwe initiatieven de krimp in plattelandsregio’s op te vangen.”
Wij geven ondernemers, als aanjagers van dynamiek, erkenning voor wat zij doen voor
Nederland. Zij verdienen het geld voor Nederland.
Wij kiezen voor groei die in alle opzichten duurzaam en innovatief is
Wij willen Nederland sterk houden en onze wereld mooi en vruchtbaar achterlaten voor
volgende generaties.
Wij zijn samen verantwoordelijk voor onze leefomgeving. Onze keuzes doen er maatschappelijk
toe.
Wij steunen de aanjagende rol van maatschappelijke organisaties om Nederland van een
wegwerpeconomie om te vormen tot een kringloopeconomie.
Wij kiezen voor onze prachtige natuur en ons mooie cultuurlandschap.
Wij maken burgers en maatschappelijke organisaties medeverantwoordelijk voor het op
innovatieve wijze samenwerken tussen natuur, recreatie, agrarisch natuurbeheer en landbouw.
Wij willen dat Nederland bereikbaar blijft.
Wij willen dat mishandeling en verwaarlozing van dieren stevig wordt aangepakt.
Ondernemerschap
3.1 Ondernemers verdienen respect voor datgene wat zij doen voor ons land.
3.2 Ondernemers in gezonde markten verdienen steun. Daarom kiezen we voor de
teruggave van de tijdelijke lastenverzwaringen.
3.3 Wij bepleiten de ambitieuze voortzetting van het programma ‘Vermindering regeldruk’,
dat neerkomt op een jaarlijkse vermindering met 10% in 2014 en 2015 en met 5% in de
jaren er na. Voor ondernemers moet dat (letterlijk) merkbaar zijn.
3.4 Generieke innovatieregelingen worden aantrekkelijker gemaakt voor het midden- en
kleinbedrijf.
3.5 Binnen de Europese Unie zet Nederlands zich principieel in voor gelijke
concurrentievoorwaarden.
3.6 Het familiebedrijf dat zowel de bezittingen als de waarden door wil geven aan de
volgende generatie past bij onze ambitie voor een meer duurzame economie.
3.7 Wij steunen bedrijven die initiatieven nemen die verder gaan dan de wettelijke eisen op
het gebied van duurzaamheid en veiligheid. Bestaande (fiscale) investeringsregelingen
worden samengevoegd.
3.8 Er komt meer ruimte voor starters en MKB-bedrijven in het innovatiebeleid.
3.9 De topsectorenaanpak wordt met kracht voortgezet.
3.10 De ‘Green Deal’-aanpak wordt geïntensiveerd. De overheid ondersteunt op deze manier
de realisatie van duurzame initiatieven. Hiervoor komen ook financiële midden
beschikbaar.
Energie
3.11 Het CDA wil dat Nederland in 2050 meer dan 50% van haar energie duurzaam
produceert en dat we 50% energie-efficiënter werken (‘50-50-50’). Dit betekent dat wij
een nieuwe energiebalans bereiken waarbij wij efficiënter omgaan met onze fossiele
brandstoffen, meer gaan inzetten op alternatieve energievoorziening en kolen en
kernenergie op de lange termijn niet meer nodig hebben.
3.12 Wij gaan alles op alles zetten voor 14% duurzame energie in 2020. Dit is ook van
belang voor energiezekerheid.
3.13 Wij zijn groot voorstander van het stimuleren van decentrale energieopwekking. Er
worden experimenten uitgevoerd rond saldering van duurzame energie.
3.14 Private investeringen in verduurzaming willen wij aantrekkelijker maken. Wij pleiten voor
lokale en regionale fondsen energiebesparing. Gemeenten en provincies zorgen voor
de cofinanciering.
3.15 Voor nieuwbouwwoningen worden strengere normen gehanteerd voor energieefficiency.
Door middel van green deals is versterking van duurzame bouw mogelijk.
3.16 Woningcorporaties krijgen de mogelijkheid om investeringen voor energiebesparing aan
de huurder door te berekenen waarbij het voordeel van de lagere energierekening aan
de huurder toevalt.
3.17 De stimuleringsregeling voor duurzame energie (SDE+) wordt versterkt.
3.18 De overheid helpt bij het realiseren van duurzame energie projecten door betere
procedures en regelgeving. Vergunningverlening dient niet onnodig belemmerend te
werken.
Natuur, milieu en ruimte
3.19 Het draagvlak voor onze natuur zal worden verhoogd door betere verbindingen met
recreatie, landbouw en overige economie. De natuur moet regionaal goed worden
beheerd en wordt effectief en simpel beschermd in lijn met Europese regelgeving.
3.20 Afval is een grondstof. Nederland moet in Europa leidend zijn ten aanzien van
hergebruik. Aan het einde van de volgende kabinetsperiode dient 85% van het afval te
worden hergebruikt.
3.21 Om de klimaatverandering te beperkten tot minder dan 2°C, steunt Nederland de
Europese doelstelling om de uitstoot van broeikasgassen tegen 2050 met 80 tot 95% te
verminderen ten opzichte van 1990.
3.22 Nederland is de veiligste delta ter wereld. Dit moet zo blijven. De uitvoering van het
hoogwaterbeschermingsprogramma heeft prioriteit; zwakke plekken (zoals de
Afsluitdijk) worden aangepakt. De financiering vindt plaats via het Deltafonds.
Daarnaast is aandacht nodig voor voldoende zoet water tijdens droge periodes.
3.23 Wij vinden één Omgevingswet nog steeds belangrijk. Deze vervangt vijftien bestaande
wetten en onderdelen van tientallen andere wetten. Hierdoor worden (administratieve)
lasten voor burgers en bedrijven verlaagd, bijvoorbeeld bij het aanvragen van een
vergunning.
Steden en regio’s
3.24 De kwaliteit van de omgeving en leefbaarheid is belangrijk voor mensen in de stad en
op het platteland.
3.25 Groen in de stad is belangrijk voor de gezondheid. Wij maken ruimte voor
“stadslandbouw” en andere initiatieven die groen in de stad stimuleren. Natuurgronden
die gebruikt worden voor bouw en infrastructuur worden gecompenseerd.
3.26 De beschikbaarheid van werk en basisvoorzieningen is belangrijk voor de leefbaarheid
in de steden en op het platteland, ook met een krimpende bevolking. Nieuwe initiatieven
voor zorg, onderwijs en cultuur krijgen alle ruimte.
3.27 Herbestemming van bestaande panden heeft de voorkeur boven sloop of extreem
langdurige leegstand.
Bereikbaarheid
3.28 De infrastructuur in Nederland wordt verder versterkt. Het CDA zet in op een betere
benutting van de bestaande infrastructuur, waarbij goede combinaties gemaakt worden
tussen verschillende vormen van vervoer.
3.29 Wij zetten ons in voor het principe ‘de vervuiler betaalt’. De belastingen op het hebben
van een auto gaan naar beneden. Er komt op korte termijn een heffing per gereden
kilometer, de afschaffing van het reiskostenforfait wordt verdisconteerd – om dubbeling
van lasten te voorkomen.
3.30 Met goed en hoogwaardig openbaar vervoer kan, vooral in stedelijk gebied, de
leefbaarheid fors verbeteren. Aanleg van nieuwe hoogwaardige verbindingen is alleen
mogelijk met een bijdrage van de regio. Bij het huidige intensieve gebruik van het
nationale spoorvervoer zetten we vooral in op goed beheer en onderhoud.
3.31 Er komt een gerichte aanpak voor veelplegers in het verkeer. Het puntenrijbewijs wordt
uitgebreid naar alle bestuurders. Een bestuurder is bij drie grove overtredingen zijn
rijbewijs kwijt.
3.32 De binnenvaart verzorgt 25% van ons binnenlandse transport. Deze groene wijze van
vervoer ontlast onze wegen. De binnenvaart wordt gestimuleerd door het bevorderen
van schonere motoren, het openhouden van (kleine) vaarwegen en aandacht voor
ligplaatsvoorzieningen.
Land- en tuinbouw, visserij en dierenwelzijn
3.33 Het CDA is trots op onze agrarische sector. Onze land- en tuinbouw levert een grote
bijdrage aan de economie. In de wereld geldt het als voorbeeld vanwege kwaliteit en
efficiency.
3.34 Wij ondersteunen de initiatieven in de sector die verder gaan dan wettelijke eisen op het
gebied van duurzaamheid zoals Beter Leven Kenmerk, Kas als Energiebron en
Duurzame Zuivelketen.
3.35 Ondernemers die investeren in ecologische, economische en sociaal verantwoorde
duurzaamheid (onder meer op het vlak van volks- en diergezondheid, dierenwelzijn,
landschappelijke inpassing en beperking milieudruk) verdienen ruimte.
3.36 Wij zetten ons in voor sterke gezins- en familiebedrijven. De grootschalige intensieve
veehouderij, die alleen op kostenconcurrentie is gericht, wordt beperkt.
3.37 Om antibioticaresistentie te verminderen moet het antibioticagebruik in de veehouderij
omlaag.
3.38 Wij kiezen voor een hervormd Europees landbouwbeleid met aandacht voor de
toekomstige uitdagingen (tekorten aan voedsel, energie en grondstoffen). We moeten
beter en slimmer produceren met minder gebruik van energie en grondstoffen.
3.39 Wij steunen een verdere vergroening van het gemeenschappelijk landbouwbeleid door
innovatie, aandacht voor biodiversiteit en toename van dierenwelzijn.
3.40 De visserijsector heeft grote stappen voorwaarts gezet door de inzet van nieuwe
vistechnieken en via keurmerken voor duurzame vis (MSC en ASC). In internationaal
verband moet een gelijk speelveld gelden voor de eisen aan vloot en visvangst.
Duurzaam beheer van visbestanden moet uitgangspunt zijn in het Europese
visserijbeleid.
3.41 Voor genetische modificatie bij dieren geldt ‘nee, tenzij’, en bij planten ‘ja, mits’ deze
veilig is voor mens, dier en milieu. Genetische modificatie bij planten kan een
belangrijke rol spelen bij wereldwijde voedselzekerheid. Er dient een goede balans te
zijn tussen kwekersrecht en octrooirecht.
3.42 Mishandeling en verwaarlozing van dieren wordt stevig aangepakt. Het landelijke
meldnummer (‘144 red een dier’) blijft bestaan. De normen voor dierenwelzijn worden in
Europees verband aangescherpt. De transportduur van slachtdieren wordt beperkt tot
acht uur. Europese afspraken over dierenwelzijn (zoals afschaf legbatterij en verplichte
groepshuisvesting voor zeugen) moeten overal worden nageleefd.
3.43 We blijven ons inzetten om dierziekten te bestrijden via vaccinatie zonder
handelsbeperkingen.


4. Kennis maakt het verschil


“In de economie van morgen is kennis de sleutel tot succes. Toch dreigt er een kenniskloof
dwars door de samenleving. Het CDA kiest ervoor om mensen uit te dagen en te ondersteunen
om hun kennis en vakmanschap levenslang op peil te houden. De school van de kinderen is de
plaats waar vorming tot verantwoordelijke medeburgers plaats heeft. Ouders en scholen
moeten samen organiseren dat kinderen met een taalachterstand die kunnen inlopen voordat
ze naar groep 1 van de basisschool gaan. Ouders en scholen overleggen ook hoe ouders werk
en gezin kunnen combineren. De vrijheid om scholen te stichten wil het CDA verbreden tot nietreligieuze
gronden. Opvoedingsondersteuning dient dicht bij huis en laagdrempelig te worden
georganiseerd. Onderwijs en onderzoek op universiteiten en in het bedrijfsleven moeten hun
internationaal vooraanstaande positie behouden dan wel verbeteren.”
Wij investeren in mensen.
Wij vinden dat het onderwijs van de samenleving is: van de ouders, van de buurt en van de
leerkrachten.
Wij vinden dat onderwijs ambitieus hoort te zijn: de basiskwaliteit op orde en de lat verder
omhoog.
Wij geloven dat het Nederlandse onderwijs tot één van de beste ter wereld kan behoren, als wij
er echt voorrang aan geven.
Wij zijn ervan overtuigd dat investeren in onderwijs leidt tot grotere weerbaarheid van mensen,
tot meer kansen.
Wij kiezen er in deze economisch moeilijke tijd bewust voor om te investeren in onderwijs en
onderzoek.
Wij geven leerlingen, studenten, leerkrachten en onderzoekers de kans om Nederland weer op
de kaart te zetten als Top 5 van de kenniseconomieën.
Wij kiezen voor ambitieus en kleinschalig onderwijs.
Wij vinden het belangrijk dat voor het behalen van een onderwijsdiploma hard gewerkt moet
worden.
Wij bepleiten scholen de ruimte te geven meer verschillende leerwegen aan te bieden. Zo
voorkomen we uitval en het helpt leerkrachten om leerlingen en studenten op de juiste plek te
brengen.
Wij zetten ons ervoor in de schotten tussen kinderopvang (met name de buitenschoolse
opvang), de peuterspeelzaal en de basisschool te slechten.
Wij willen de regels die gelden voor buitenschoolse opvang versimpelen, zodat de regelgeving
meer aansluit bij het gebruik in het onderwijs.
Wij maken ons sterk voor goed beroepsonderwijs, een hoeksteen voor de economie.
Wij willen dat mensen zich blijvend ontwikkelen en scholen: een leven lang leren is een
opdracht voor de door de overheid bekostigde scholen en het commercieel onderwijs.
Wij koersen aan op een Nationaal Onderwijsakkoord tussen vertegenwoordigers van ouders,
leerlingen/studenten, leerkrachten, scholen en overheden.
Basis op orde, lat omhoog
4.1 Het beleid om de basis in het onderwijs op orde te brengen en de lat verder te verhogen
wordt onverkort voortgezet. We besteden veel aandacht aan taal en rekenen. Uitval en
zittenblijven worden verder terug gebracht.
4.2 We verlangen van iedereen in het onderwijs extra inzet en willen af van de
zesjescultuur. We bevorderen het opbrengstgericht werken en besteden meer tijd en
aandacht aan leerlingen die dankzij die extra aandacht beter kunnen presteren.
4.3 We willen de kwaliteit bevorderen door professionalisering van leerkrachten, directeuren
en toezichthouders.
Nieuwe verhoudingen
4.4 Het CDA wil komen tot nieuwe bestuurlijke verhoudingen tussen overheid en onderwijs.
Scholen krijgen meer ruimte, vrijheid en verantwoordelijkheid om zelf die stappen te
zetten om de lat hoger te leggen. Daartoe wordt een nationaal onderwijsakkoord
gesloten tussen overheid, vakbonden, schoolbesturen en organisaties van ouders en
leerlingen.
4.5 Scholen krijgen hierin meer ruimte om eigen keuzes te maken, onder de voorwaarde
dat de onderwijskwaliteit en de onderwijsresultaten toenemen. Indien deze resultaten
niet worden gehaald zal toezicht en controle worden geïntensiveerd.
4.6 De overheid gaat over het ‘wat’, de scholen over het ‘hoe’. Dit leidt tot een reductie van
de controle door de overheid
4.7 Toetsen is een middel en geen doel op zich. Scholen hebben vrijheid in de keuze
voor eindtoetsen en leerlingvolgsystemen.
4.8 Scholen krijgen meer ruimte om te experimenteren, met als doel de leerresultaten te
verhogen.
4.9 Instellingen hanteren een menselijke maat. Als alle betrokkenen het erover eens zijn
kan een school de-fuseren of juist fuseren, uitgangspunt is dat het onderwijs
kleinschalig georganiseerd is.
Leraren
4.10 We investeren in leraren, zij verdienen een hoge maatschappelijke waardering, want
het onderwijs is zo goed als de leraar in de klas. Selectie aan de poort laat alleen de
allerbeste studenten toe tot lerarenopleidingen.
4.11 De leraar wordt weer leraar. Door de onderwijsassistent krijgt de leraar tijd voor
maatwerk. De leraar ontwikkelt weer zelf zijn lesstof door gebruik te maken van digitale
leermiddelen. Aanbrengen van meer functiedifferentiatie zorgt voor meer
carrièreperspectief in het onderwijs. We willen de lerarenopleidingen en vooral de Pabo
weer aantrekkelijk maken voor mannen.
4.12 Voor al het onderwijsgevende personeel en schoolleiders komt er een beroepsregister.
Ouders
4.13 Betrokkenheid van ouders is essentieel om het beste uit ieder kind te kunnen halen.
Scholen hebben de mogelijkheid in ouderovereenkomsten afspraken te maken over
verwachtingen en omgangsvormen.
4.14 Wij staan principieel voor keuzevrijheid van onderwijs voor ouders. Niet alleen op basis
van godsdienstige motieven, maar ook vanuit opvoedkundige of pedagogischdidactische
motieven moeten zij scholen kunnen oprichten. Vrijheid van onderwijs is
echter geen vrijbrief voor slechte onderwijskwaliteit of discriminatie.
Primair en voortgezet onderwijs
4.15 Het CDA wil de schotten tussen opvang en school weghalen. We willen integratie
tussen de vroeg- en voorschoolse educatie en de basisschool realiseren in de vorm van
een groep 0 voor 3 jarigen met een taal- en ontwikkelingsachterstand.
4.16 We willen brede dagarrangementen stimuleren met aandacht voor cultuur en sport voor
kinderen in de leeftijd van 4 tot 12 jaar. De basisschool krijgt ruimte om zelf
buitenschoolse opvang aan te bieden waardoor het combineren van arbeid en zorg
voor ouders makkelijker wordt gemaakt.
4.17 De stelselwijziging van passend onderwijs heeft een breed draagvlak, we willen zo min
mogelijk bureaucratie bij de samenwerkingsverbanden. Er blijven voldoende middelen
om kwetsbare jongeren te ondersteunen.
4.18 Deelcertificaten worden ingevoerd. Zo kan bijvoorbeeld een vmbo-leerling vakken
volgen op een hoger niveau, maar ook de vwo-leerling technische vakken volgen die op
het moment niet binnen het vwo worden aangeboden.
Leven Lang Leren
4.19 Wij bepleiten ruimte voor een “leven-lang-leren”.
4.20 Scholing moet worden ingebed in arbeidsovereenkomsten.
4.21 Wij willen het deeltijdonderwijs moderniseren en toesnijden op de vraag van de
arbeidsmarkt
4.22 Het mbo en hbo organiseren korte vakopleidingen waarmee met ontslag bedreigd
personeel zich snel kan omscholen.
4.23 Wij stimuleren beurzen van bedrijven en overheden voor arbeidsmarktrelevante
opleidingen.
4.24 Andere aanbieders krijgen ruimte op de markt van “leven-lang-leren”.
Mbo, hbo en wo
4.25 Zonder goed hoger- en middelbaar beroepsonderwijs geen kenniseconomie. Innovatie
van techniekopleidingen is essentieel, met name in het mbo en hbo. Beroepsonderwijs
moet, onder andere door de invoering van de kleinschalige en vakgerichte
ambachtsschool nieuwe stijl, weer een positieve keuze worden.
4.26 We zetten in op het aanbieden van Associate Degrees in de vorm van meer
samenwerking tussen mbo en hbo.
4.27 Het opleidingenaanbod moet in samenwerking met het bedrijfsleven herijkt worden,
zodat onderwijs beter aansluit op de arbeidsmarkt
4.28 We willen in het hoger onderwijs de mogelijkheden voor selectie aan de “poort”
verruimen. Wij staan voor behoud van de basisbeurs in de bachelorfase. Hierdoor
bevorderen we het studeren en voorkomen we het opbouwen van schulden.
4.29 Studies worden beter en flexibeler georganiseerd, het lesgeven moet prioriteit hebben
binnen de instelling.
4.30 Er komt een meer gedifferentieerd collegegeld: lager voor arbeidsmarktrelevante
studies en hoger voor bijzonder excellente opleidingen. Verlaging van het collegegeld
kan bijvoorbeeld ingezet worden voor technische opleidingen en lerarenopleidingen
voor die vakken waar een tekort is of dreigt.
Onderzoek en innovatie
4.31 Het topsectorenbeleid verdient met kracht te worden voortgezet. Dat vereist extra
investeringen: structureel meer middelen voor (regionale) innovatie en (regionaal)
onderzoek vanuit (inter-) nationaal bedrijfsleven, rijksoverheid en regionale/lokale
overheden noodzakelijk. Deze middelen worden toebedeeld op basis van (regionale-)
innovatie en excellentie. Hierbij is cofinanciering door Europees, nationaal en regionaal
onderzoeksgeld noodzakelijk.
4.32 In aanvulling hierop zullen structureel meer middelen beschikbaar komen voor
fundamenteel onderzoek. Deze zullen op basis van kwaliteit worden toegekend.
4.33 Er komt meer ruimte voor starters en MKB-bedrijven in het innovatiebeleid.


5. Waardevolle gezondheid


“De vooruitgang in de medische sector betekent dat mensen vaker genezen van ziekten en dat
mensen langer leven. De toename van het aantal ouderen en chronisch zieken vraagt om een
verschuiving naar preventie en zelfredzaamheid: wat kunnen mensen zelf doen of zelf betalen?
Hoe kunnen we hen daarin ondersteunen? Door wonen en zorg te scheiden en goed te kijken
naar welke zorg door verzekeraars gedekt kan worden en welke voorzieningen door gemeenten
worden aangeboden, kunnen we de noodzakelijke voorzieningen overeind houden voor hen die
zijn aangewezen op langdurige (intensieve) zorg.”
Wij staan, ook in moeilijke tijden, voor een stelsel van gezondheidszorg dat gebaseerd is
op solidariteit, solidariteit tussen ziek en gezond, jong en oud, arm en rijk.
Wij beseffen dat hervormingen nodig zijn om de gezondheidzorg op den duur betaalbaar te
houden. Wij lopen niet weg voor moeilijke keuzen.
Wij doen een beroep op iedereen om verantwoordelijkheid te nemen voor de eigen gezondheid
en bij te dragen aan de zorg voor de ander.
Wij bepleiten een verschuiving binnen de zorg naar preventie en naar zelf- en samenredzaamheid.
Wij ontlopen de discussie niet of alles wat kan ook onbegrensd beschikbaar moet zijn.
Wij kiezen voor een omslag waarbij niet het aanbod, de bureaucratie of de regels centraal
staan, maar de vraag van mensen naar zorg, ondersteuning en hulp.
Wij werken er aan dat mensen meer regie krijgen over de zorg.
Wij staan voor een inclusieve samenleving, een samenleving waarin iedereen – met en zonder
beperkingen - gewoon meedoen.
Preventie: van nazorg naar voorzorg
Van zorg en ziekte, naar gedrag en gezondheid van de mens centraal, focus op gezond leven,
maar ook op de fysieke gezonde leefomgeving. Preventie moet een integraal onderdeel zijn van
de zorg.
Dit zal meer van mensen gaan vragen, maar ook vragen om zorg die zo dichtbij mogelijk wordt
georganiseerd.
5.1 Preventie is een zaak van iedereen. Mensen zelf, bedrijven, zorgverzekeraars,
zorgverleners, onderwijs hebben allemaal een rol. Wij willen samenwerking bevorderen
en komen tot een nationale agenda voor een gezonder Nederland.
5.2 Eenzaamheid onder bijvoorbeeld ouderen komt te vaak voor in onze samenleving.
Familie en de sociale omgeving, maar ook waar nodig gemeentelijk welzijnswerk
kunnen helpen bij zingevingvraagstukken en bij het herstellen of zo mogelijk opnieuw
vormen van het eigen sociale netwerk helpen.
5.3 Wij stimuleren vernieuwende manieren van zorgverlening, zoals e/Health die er toe
bijdragen dat mensen ook als ze ziek zijn meer de regie in eigen hand houden en
kunnen blijven participeren.
27
5.4 Wij streven naar ratificering door Nederland van het VN verdrag voor rechten van
mensen met beperkingen. De inhoud van dit verdrag geldt als uitgangspunt voor de
toetsing van wetgeving die op mensen met beperkingen van toepassing is.
Langdurige zorg en maatschappelijke ondersteuning
De AWBZ brengen wij terug naar zijn oorspronkelijke doel: een volksverzekering voor
verpleging en verzorging die langer dan een jaar duurt aan mensen met een langdurige
beperking.
We zetten de mens en zijn zorgvraag centraal door hem, waar nodig met ondersteuning vanuit
de gemeente, in staat te stellen zo lang als mogelijk zelf de regie op de zorg te voeren. Er hoort
ook bij dat mensen zo lang mogelijk in hun eigen thuissituatie kunnen blijven wonen.
Het is niet de kwaliteit van de behandeling die het geluk van mensen bepaalt, maar de kwaliteit
van leven. Het welzijn van mensen voorop, daarop inzetten en daarna de zorg bieden die nodig
is.
5.5 De AWBZ verzekert langdurige verzorging en verpleging op medische indicatie. Alle
niet zorgelementen (zoals wonen en verblijf en (maatschappelijke) begeleiding)
verdwijnen uit de AWBZ. Een uitzondering wordt gemaakt voor de begeleiding die
onlosmakelijk verbonden is met de 24-uurs zorg.
5.6 Wonen en verblijf betalen mensen zelf, ook als ze zorg nodig hebben. Dat maakt ook
nieuwe combinaties van wonen en zorg op maat mogelijk. Begeleiding, welzijnswerk en
participatie kunnen gemeenten goed organiseren. Zij leveren maatwerk aan mensen die
ondersteuning nodig hebben om deel te nemen aan de samenleving.
5.7 Kortdurende verpleging en verzorging in verband met geneeskundige zorg komt in de
Zorgverzekeringswet. Die zorg kan goed verzekerd worden en sluit vaak aan op de
ziekenhuis- en huisartsenzorg.
5.8 De langdurige zorg financieren we persoonsvolgend. Mensen kiezen zelf wie de zorg
verleent passend bij de zorgvraag. Een kanteling, zodat de wensen en behoeften van
mensen zelf centraal staan. Het PGB blijft op die manier bestaan als een trekkingsrecht
in de AWBZ. Mensen kunnen individueel hun zorgverleners kiezen. Hiermee komt ook
de weg vrij voor kleinschalige vraaggestuurde zorginitiatieven.
5.9 We bepleiten meer ruimte voor de zorgprofessionals in de AWBZ. Dit om de kwaliteit
van zorg te verbeteren en te doen wat voor de zorgvrager nodig is. De
persoonsvolgende financiering maakt meer kleinschalige initiatieven mogelijk die zich
weer richten op het primaire proces en minder bureaucratisch zijn.
5.10 De AWBZ wordt uitgevoerd door zorgverzekeraars voor hun eigen verzekerden. Dit
maakt het mogelijk om tot integrale, vraaggestuurde zorgverlening dicht bij mensen te
komen. Samenwerking met gemeenten is essentieel.
5.11 Familie, vrienden en buurtgenoten zijn essentieel voor het zo lang mogelijk zelfstandig
functioneren van mensen die zorg behoeven. Zorgverleners geven daarvoor ruimte.
Mantelzorg en professionele zorg dienen elkaar te versterken.
5.12 We willen nieuwe vormen van persoonlijke dienstverlening en eenvoudige zorgverlening
aan ouderen, maar ook anderen met een beperking stimuleren. De ouderen van de
toekomst hebben behoefte aan meer keuzemogelijkheden om in het dagelijks leven te
kunnen blijven participeren.
Curatieve zorg:
- één kaderstellend budget
Wij willen zorg dicht bij huis, geleverd in de eerste lijn, zo lang dat kan en verantwoord is. Zorg
dicht bij huis waarbij de nadruk ligt op gezondheid en gedrag en niet op ziekte en zorg. Zorg
dicht bij huis die afgestemd is op de individuele zorgbehoefte van de burger. Maar als dit niet
voldoende is, moet er kwalitatief goede tweedelijns zorg beschikbaar zijn. Voor hoogcomplexe
zorg kan dit betekenen dat we verder moeten reizen, minder complexe zorg moet ook regionaal
beschikbaar zijn. Kwaliteit moet een meer leidend principe worden in de zorg. Alleen
kwalitatieve zorg leidt tot meer doelmatigheid. Wanneer de patiënt voorspoediger kan herstellen
is dat winst voor het individu en de samenleving.
5.13 Zorg geleverd in de eerste lijn en dicht bij huis is veelal goedkoper dan in de tweede lijn.
Het CDA kiest voor één kaderstellend budget voor de eerste en tweede lijn, zodat
verzekeraars en zorgverleners de zorg op de meest doelmatige wijze kunnen leveren.
Dan kunnen we de groei van dit budget ook in een gezamenlijke afspraak tussen
overheid, zorgverzekeraars en zorgverleners beperken tot wat nodig is om de
vergrijzing en technologische vernieuwing op te vangen.
5.14 De verzekerde zorg zal beperkt moeten worden tot noodzakelijke zorg. Alle aanspraken
in het basispakket moeten hernieuwd worden getoetst aan objectieve criteria van
noodzakelijke zorg, die mensen niet zelf kunnen dragen.
5.15 Voor huisartsen en zo mogelijk voor de hele zorg komt gezondheidswinst en kwaliteit
van zorgverlening centraal te staan in hun (abonnements-) financiering. Kwaliteit is ook
het resultaat van de bejegening en de behandeling zoals die door de patiënt wordt
beoordeeld. Wijkverpleging is een onderdeel van de zorg in de eerste lijn. Ze werken in
samenwerking met huisartsen en vormen onderdeel van hun praktijk.
5.16 Zorgverzekeraars zijn de regisseurs van verdergaande spreiding en concentratie van
zorg. Kwaliteit van zorg is leidend. Ook voor de acute zorg wordt dit doorgezet. Nietcomplexe
zorg blijft dicht bij de mensen beschikbaar. De Zorgverzekeringswet wordt
daarom zo aangepast dat verzekeraars bij voldoende gecontracteerde zorg wanneer
sprake is van een verzekeringspolis met Zorg in Natura, verzekerden niet hoeven te
vergoeden wanneer die de keuze maken om naar een niet gecontracteerde
zorgaanbieder te gaan.
5.17 Specialisten zijn onderdeel van het ziekenhuis. De honoraria van specialisten worden
betaald en bepaald door het ziekenhuis. Die honoraria van vrijgevestigde medisch
specialisten kennen dan dus ook een (omzet)plafond.
5.18 Om de patiëntveiligheid te verbeteren, komt er een uniforme barcodering voor
geneesmiddelen en hulpmiddelen.
5.19 Wij willen ook mensen die geestelijke gezondheidszorg nodig hebben stimuleren dat zij
zolang mogelijk thuis kunnen blijven wonen en participeren in de maatschappij. De
gemeente ondersteunt vanuit de Wmo daar waar patiënten te kort komen om
zelfstandig te participeren.
5.20 Om de zorg voor iedereen betaalbaar en toegankelijk te houden, doen we een groot
beroep op solidariteit. Mensen en zorgverleners moeten zich daar bewust van zijn en er
gepast gebruik van maken. Daarom willen wij mensen inzicht geven in de kosten van
de zorg die zij nodig hebben. Waar eigen bijdragen wordt gevraagd, wordt
huisartsbezoek uitgezonderd. De draagkracht wordt in het oog gehouden.
5.21 De zorgtoeslag zorgt ervoor dat mensen de premie voor het basispakket daadwerkelijk
kunnen blijven betalen als zij een laag of middeninkomen hebben. De draagkracht van
het huishouden blijft leidend bij de toekenning van de zorgtoeslag. De overheid betaalt
net als nu de premie voor kinderen.
5.22 Voor goede en integrale zorg is elektronische informatie-uitwisseling tussen
zorgverleners essentieel. Patiënten moeten zelf aan kunnen geven welke informatie
wordt uitgewisseld (opt-in). Zij krijgen, als eigenaren van de informatie, de mogelijkheid
om op een laagdrempelige manier hun informatie te downloaden of mee te nemen om
zo onnodig dubbele diagnostiek te voorkomen.
Medisch-ethische vraagstukken
5.23 Ieder mensenleven, hoe kwetsbaar ook, is altijd volwaardig. Wij vinden dat de
menselijke waardigheid en de veiligheid van mensen, thuis of in een zorginstelling,
gegarandeerd moeten zijn.
5.24 Goede zorg, begeleiding en ondersteuning van mensen aan het einde van hun leven is
van groot belang en moet ook financieel helder geregeld zijn. Mensen moeten daarbij
vrij kunnen kiezen waar zij deze zorg willen krijgen: thuis, in een hospice of in een
zorginstelling.


6. Maatwerk in solidariteit


“De solidariteit tussen generaties, werkenden en niet-werkenden, arbeidsgeschikten en
arbeidsongeschikten, alsook lager en hoogopgeleiden moet een nieuwe impuls krijgen.
Daarvoor ziet het CDA participatie en emancipatie als sleutelwoorden, onder het motto: ieder
mens heeft het recht om mee te doen en de plicht om bij te dragen. Mensen kunnen meer dan
zij zelf soms beseffen. De uitdaging is om onvermoede kwaliteiten te vinden en aan te boren.
Het CDA blijft daarbij pal staan voor de kwetsbaren in de samenleving. Zij die niet de veerkracht
bezitten en niet zijn toegerust om hun plek op de arbeidsmarkt te vinden, moeten op de
solidariteit van de samenleving kunnen blijven rekenen.”
Wij kiezen voor werk.
Wij investeren in mensen.
Wij willen een overheid die echt helpt en uitdaagt, een overheid die beschermt waar het moet.
Wij zijn een land van hardwerkende mensen die met elkaar aan de slag gaan om Nederland
nog beter te maken: jonge mensen studeren, hebben werk of krijgen scholing.
Wij kiezen voor samen werken en samen oplossen waarbij volop ruimte blijft voor creativiteit en
innovativiteit.
Wij willen een overheid die burgers activeert in overleg met de werkgever en met de andere
werknemers.
Wij bieden zekerheid: bescherming tegen risico’s van werkloosheid, ziekte en
arbeidsongeschiktheid is nog steeds nodig.
Wij willen eerlijk delen, ook in crisistijd.
Wij kiezen er voor ondernemerschap te stimuleren, gezinnen te steunen en mensen die werken
te waarderen.
Wij maken ruimte voor de verlaging van de lasten voor de mensen die werken.
Wij vinden sparen een deugd.
Solidariteit tussen generaties
6.1 De AOW blijft het basispensioen.
6.2 Omdat wij allemaal veel langer en gezonder leven, kan de pensioenleeftijd stijgen. Dat
is ook goed voor de betaalbaarheid van het basispensioen. De AOW-leeftijd gaat
geleidelijk omhoog met de stijging van de levensverwachting. Voor mensen met
overbruggingsproblemen en weinig mogelijkheden dit te compenseren, komt er een
overgangsregeling.
6.3 De AOW uitkering kan flexibel worden opgenomen tussen 65 jaar en 70 jaar.
Belemmeringen voor doorwerken na de pensioengerechtigde leeftijd zullen worden
weggenomen.
Arbeidsmarkt
6.4 Werkgevers en werknemers zijn samen verantwoordelijk voor de (toekomstige)
inzetbaarheid op de arbeidsmarkt, inclusief het einde van een dienstverband.
6.5 Werknemers krijgen een persoonlijk budget dat gebruikt kan worden voor scholing en
werk-naar-werktrajecten. De overheid stimuleert dat werkgevers en werknemers ruimte
maken voor individuele, breed inzetbare scholingsrechten voor werknemers, zodat zij
kunnen investeren in hun eigen inzetbaarheid, regie over hun eigen loopbaan kunnen
nemen en hun vakmanschap op peil houden.
6.6 De werkloosheidswet wordt weer teruggebracht tot het oorspronkelijke doel van
inkomensbescherming bij een baanwisseling. Voor oudere werklozen komt er een
vervolguitkering.
6.7 We maken werken lonend door na een half jaar over te gaan op inkomstenverrekening
in plaats van urenverrekening. Daardoor loont ook een overstap naar een lager
betaalde baan.
6.8 Werkgevers zijn vooralsnog verplicht maximaal een half jaar lang de kosten van de WW
aan het UWV te vergoeden. Op termijn wordt deze verplichting omgezet in de
verplichting samen afspraken te maken over loondoorbetaling bij ontslag en (preventief)
te investeren in scholing. Bij de uitwerking is bijzondere aandacht voor het midden- en
kleinbedrijf.
6.9 Er komt een nieuwe wettelijke ontslagprocedure. Zo willen we mensen met een flexibel
arbeidscontract in een betere positie op de arbeidsmarkt brengen. Sociale partners en
overheid sluiten een akkoord over een nieuwe balans tussen flexibiliteit en zekerheid op
de arbeidsmarkt.
6.10 Bijzondere aandacht is er voor de arbeidsmarktpositie van (werkloze) ouderen.
Werkgevers krijgen een premiekorting om (werkloze) ouderen in dienst te nemen.
6.11 Wij willen voortbouwen op de gedachte achter de Wet werken naar vermogen: wie niet
het minimumloon kan verdienen hoort niet om die reden aan de kant te staan.
6.12 Gemeenten krijgen de vrijheid om regelingen op het terrein van werk, ondersteuning,
vervoer e.d. op samenhangende wijze in te zetten om participatie te bevorderen.
6.13 Daarom wordt in zulke gevallen loondispensatie toegestaan. De gemeente geeft een
aanvullende uitkering die kan oplopen tot het minimumloon.
6.14 De Wsw, de Wajong, de Wet werk en bijstand en de Wet investeren in jongeren worden
opgenomen in de nieuwe regeling. Voor jongeren die volledig en duurzaam
arbeidsongeschikt zijn, blijft de Wajong bestaan.
6.15 Wie nu werkt in de Sociale Werkvoorziening (SW) of een Wajong-uitkering heeft, gaat
ook werken onder de nieuwe regeling, maar wij respecteren de bestaande rechten.
6.16 Wij pleiten voor een sociaal akkoord met werkgevers en vakbonden over meer stageen
arbeidsplaatsen voor mensen met een beperking.
6.17 Voor ondernemers zonder personeel (zzp’er) is het vaak lastig om de eigen
inkomensbescherming te organiseren. Dat vraagt om bijzondere aandacht.
6.18 Iedere werkende – dus ook een zzp’er – moet tegen redelijke kosten een
arbeidsongeschiktheidsverzekering kunnen afsluiten. Verzekeraars zullen in die
behoefte moeten voorzien. Maar ook nieuwe cirkels van solidariteit kunnen een rol
spelen: groepen van zelfstandigen die met elkaar geld inleggen voor het geval één van
hen ziek is of langere tijd zonder opdrachten zit. Zij moeten ook
verenigingspensioenfondsen kunnen oprichten, waaraan ze vrijwillig kunnen
deelnemen.
6.19 De overgang van werk naar werk moet voor ambtenaren hetzelfde zijn als voor
werknemers in de private sector. Het ambtenarenrecht wordt daarom gelijkgetrokken
met het arbeidsrecht.
Fraude
6.20 Fraude met uitkeringen mag niet lonen. Dat ondermijnt de solidariteit. Daarom staan wij
voor een straffe aanpak.
6.21 Wij willen de gemeentelijke basisadministratie koppelen met de belastingdienst, UWV
en gemeentelijke sociale diensten
6.22 Boetes worden verhoogd.
Sociale vlaktaks
6.23 Het CDA kiest voor een sociale vlaktaks met solidariteitsheffing. Het huidige stelsel van
inkomstenbelasting is nodeloos ingewikkeld, stimuleert overmatig lenen en ontmoedigt
arbeid.
6.24 De invoering van een sociale vlaktaks heeft grote voordelen. Voor iedereen geldt dan
hetzelfde belastingtarief van circa 35%. Zo wordt het belastingsysteem eenvoudiger en
worden inkomens binnen gezinnen niet langer verschillend behandeld. Een vlaktaks
stimuleert economische groei en banen.
6.25 Vanuit het oogpunt van solidariteit is het gerechtvaardigd dat er een aanvullende
solidariteitsheffing komt voor topinkomens.
6.26 Voor ondernemers komt er een eenvoudige ondernemerswinstbelasting, die groei
stimuleert, ongeacht rechtsvorm. Door deze vereenvoudigingen kan substantieel in de
bureaucratie bespaard worden.
Overlegmodel
6.27 De Nederlandse arbeidsverhoudingen kenmerken zich door gezamenlijk
verantwoordelijkheid willen nemen voor de toekomst, samen de schouders eronder. Dat
moeten we koesteren en moderniseren. De medezeggenschapswetgeving is nu vaak
een te strikt keurslijf.
6.28 In de CAO’s moet meer ruimte voor maatwerk en keuzemogelijkheden zijn.
Sparen
6.29 Er komt een nieuwe zilvervlootregeling als stimulans voor jongeren om te sparen.
6.30 Het CDA wil voorkomen dat mensen problematische schulden opbouwen. Dat begint
met het voorkomen ervan (preventie) door een beter schuldenregistratiesysteem en
financiële educatie.


7. Degelijke financiën


“De kredietcrisis en de daarop volgende schuldencrisis hebben ons geleerd dat onze welvaart
niet vanzelfsprekend is. We moeten die keer op keer verdienen; successen uit het verleden
bieden geen garantie voor de toekomst. Ook hier geldt weer dat de duurzaamheid op de lange
termijn en het algemeen belang leidend moeten zijn. Winstbejag van groepen bankiers en
beleggers in doorgeschoten geliberaliseerde financiële markten leidde tot de kredietcrisis. Maar
consumenten wilden ook lenen tegen lage rente, wonen in dure huizen en beleggen met hoge
rendementen. Het CDA zet zich onverminderd in voor degelijkheid als het om de financiën gaat.
Dat betekent degelijk financieel overheidsbeleid, een betrouwbaar financieel stelsel en gezonde
financiën voor particulieren en bedrijven.”